Spiegeltje, spiegeltje aan de wand

Een paar maanden geleden stonden mijn kinderen en ik samen in een krant. Toen de fotograaf langskwam heb ik getwijfeld hen te includeren. Het is nu eenmaal anders voor een volwassene publiekelijk naar buiten te treden, dan voor twee onschuldige ukjes om in de etalage van een complexe wereld te gaan staan.

Ik liet hen de keuze. Beiden stemden toe. Ook al is het hun queeste niet, ze maken er wel deel van uit. Zij, maar later ook hun kinderen, zullen gevolgen kennen van de onbekende genetische helft van hun (groot)moeder.

De afgelopen jaren stonden ze aan de zijlijn terwijl ik, samen met anderen, een weg baan om de common sense in dit land te laten regeren. In mijn hart zitten ze, samen met hun papa, steevast vooraan op de supportersbank. Hun aanmoedigingen weergalmen het luidst wanneer ik mijn nek uitsteek om een confrontatie of dialoog aan te gaan. Ze zijn mijn stuwende kracht met vier kleine doch sterke armen die me eens goed vastpakken, wanneer onzekerheid toeslaat.

Net door hen te krijgen werd de behoefte om meer te willen weten over mijn afkomst en halfsiblings aangewakkerd.

Het was voor ons niet vanzelfsprekend om zwanger te worden. De grote pauze-knop des levens werd ingedrukt toen een zwangerschap uitbleef. Daarna volgden de onderzoeken, behandelingen, de wanhoop, de hoop, de stress, uitgetekende curves, de mathematische benadering, de druk op de relatie, het groter wordende verlangen, de obsessie, een miskraam, …

Uiteindelijk is het gelukt. Onmiddellijke koestering, bezorgdheid en dankbaarheid. Door complicaties bij de bevalling werd T. met een keizersnede geboren. Geruststelling bij het horen van zijn gehuil, fascinatie toen ik zag dat hij dezelfde neus als ik had. Het is bevreemdend maar ook heel natuurlijk hoe jezelf van in het begin weerspiegelt in je kind, op zoek naar aanknopingspunten om je te begeleiden in het ouderschap.

hij = zij, hij = mij

hij = zij, hij = mij

Het weerspiegelen is nooit gestopt, zowel bij mezelf als bij hen. Dat mijn kinderen beiden helften van hun afkomst kennen, is een cadeau dat mijn broer, zus en ik nooit werd gegeven.

T. was er 5, S. was er 3, toen ik, samen met mijn zus Sophie, voor het eerst publiekelijk naar buiten durfde te treden met het donorkindgegeven. De afgelopen jaren hebben ze hun mama veel achter de laptop zien werken, uitgezwaaid naar vergaderingen of bijeenkomsten, veel mensen leren kennen, verhalen gehoord, me boos zien worden als onjuistheden werden verkondigd, me getroost als ik het moeilijk had, maar we hebben vooral ook heel veel gelachen, gespeeld en gedeeld.

Het voorrecht naast hen te lopen in dit leven, is het grootste cadeau dat ik kreeg. Ook al zijn het nog ukjes: ze verruimen mijn perspectief elke dag en maken me een betere mens.

Toen het artikel met onze foto verscheen gaf ik T. en S. elk een exemplaar mee naar school om in de klas te tonen. T. was er toen 7, S. 5 jaar.

Bij het ophalen na school vroeg mijn zoontje waarom we eigenlijk in de krant stonden (de juf had het niet aangedurfd het complex thema in de klas aan te kaarten).

Ik groef diep in mijn hoofd en vertelde hen het volgde: ‘Wel, om een baby’te te kunnen maken heb je een eitje en visje nodig. Mama’s hebben eitjes en papa’s hebben visjes’

Ik vroeg T.: ‘Wat als een mama geen eitjes of een papa geen visjes heeft?’

T: ‘Dan kan je geen baby maken.’ Waarop ik een bevestigende knik gaf.

Ik vertelde hem dat je je ook een eitje en/of een visje van een andere mama of papa kan krijgen, zodat je alsnog een baby’tje kan maken. En dat zo mama’s en papa’s die normaal geen kindjes kunnen krijgen, alsnog dit wel kunnen.

Toen vertelde ik hem dat ik, zijn tante en nonkel, niet zijn gemaakt met de visjes van mijn papa, maar met de visjes van een andere papa.

Mijn zoontje keek uit het raam, dacht even na en zei het volgende: ‘En, ken jij die andere papa?’. Ik schudde met mijn hoofd. Toen vroeg hij me: ‘Jij lijkt waarschijnlijk heel hard op die papa?’.

Versteld van zijn vraag, maar ook emotioneel geraakt door zijn opmerkzaamheid die de kern van de lading dekte, antwoorde ik dat ik vermoedelijk wel hard zal lijken op die andere papa.

‘En jij wil weten wie hij is?’ voegde T. er aan toe. ‘Ja, lieve jongen, ik wil weten wie dat is. Ik wil ook dat alle kindjes die met de visjes en eitjes van andere papa’s en mama’s werden gemaakt, kunnen weten wie die mensen zijn en – als ze dit willen – elkaar kunnen vinden’.

Hij keek verder uit het raam. Bij thuiskomst gaf ik hem een hele dikke knuffel.

Als maatschappij maar ook als volwassenen hebben we de neiging onze kinderen te onderschatten in kennis en aanvoelen. Meer dan eens beslissen we voor een kind hoe het moet zijn, denken, wat het mag weten en hoe het zich moet voelen.

Onderschat een kind nooit: het weet en voelt meer aan dan je uit persoonlijke redenen niet wenst prijs te geven. Zeker als het aankomt op informatie die het kind aanbelangt of enige invloed heeft op familie/gezinsbanden.

Groet,
Steph

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s