Don’t I know you from somewhere?

Altijd in een onverwacht moment een even onverwachte tik op de schouder. ‘Zeg, ken ik jou niet van ergens?’ Meestal wordt de vraag in het Nederlands voorgeschoteld, waarna we beiden wat ongemakkelijk in het verleden trachten te graven in de hoop een gemeenschappelijk herkenningspunt te vinden.

Voor ik wist dat ik een donorkind was, dacht ik dat dit een gemakkelijke openingszin om een nieuwe vriendschap of zelfs een nieuw liefde tegemoet te gaan. Maar sinds ik weet dat ik er eentje ben, kreeg de vraag een andere betekenis. Het werd een kruimel in een grote en bijna onmogelijke zoektocht. Het hart en hoofd gevuld met hoop, goede intenties en opgestapelde verhalen van anderen die elkaar reeds vonden, baan ik me een weg naar jou, mijn donor en jullie, mijn halfjes.

Ik heb zelfs een tijdje aan elke man boven de 50 gevraagd of hij ooit voor 1979 donor was geweest – I kid you not – De berg met hooi wordt namelijk ook minder groot als je er al wat sprietjes kan afhalen door de regel van uitsluiting. Al die mannen hadden trouwens geen problemen met de vraag die sneller uit het keelgat kwam, dan mijn verstand op de rem kon duwen. Doch enige verontschuldiging voor het veroorzaken van een snellere hartslag doch met dankbaarheid voor je antwoord en vaak lieve reactie.

Omdat we in dit land nog niet beschikken over een DNA-databank zijn we aangewezen op uiterlijke gelijkenissen. En ook al hoorde ik een wijs man me vertellen dat het niet is omdat je op iemand lijkt, dat je verwant bent met elkaar: voor de meeste donorkinderen is hoe we er uit zien een mogelijk en enig aanknopingspunt. Het is trouwens opvallend te merken hoe bij een bijeenkomst donorkinderen op zoek gaan naar fysieke gelijkenissen in de hoop een halfbroer of zus te kunnen onderscheiden. Tot op heden nog geen match. Doch ken ik al een paar Nederlandse donorkinderen die elkaar en/of hun donor hebben gevonden.

Het is niet zo dat ik mijn dagen vul met het afschuimen van publieke ruimtes in de hoop een evenbeeld terug te vinden. Het is ook niet zo dat ik er altijd mee bezig ben. Maar het is gewoon een heel gek besef dat er ergens mensen rondlopen die voor de helft met me verwant zijn, maar dat we  elkaar (nog) niet kennen.

Misschien ben ik er al tegengekomen: in de supermarkt, al fietsend, op een feestje, … Misschien is mijn donor een leraar waar ik ooit les van heb gekregen, of de man die een stempel zette op het keuringsbewijs van mijn wagen, of misschien zat hij ooit een treinwagon verder van me en kruisten we elkaar net … that’s the point: het kan zo goed als iedereen zijn. Idem over mijn halfjes. En alvorens een betuttelende opmerking toe te gooien: u bent waarschijnlijk ofwel geen echte betrokken partij of een partij die een rechtstreeks gevolg van anonieme donorconceptie liever ontkent dan erkent. Het is enkel aan elk donorkind zelf om uit te maken wat dit met hem of haar doet.

vintage-cocktail-party-1

De afgelopen jaren kreeg ik een paar keer ‘Jij lijkt keihard op iemand die ik ken’ te horen. Na de tweede keer besloot ik er iets mee te doen. Het neutrale oordeel van een voor mij onbekende partij zou wel eens een valabel spoor kunnen zijn. Want stel dat die persoon echt met me verwant is, zou het stom zijn dat ik de mogelijkheid tot vinden of gevonden worden voorbij laat gaan. Het leven is nu eenmaal te kort om kansen te laten passeren.

Die keer vroeg ik aan de persoon om me een foto van de dubbelgangster te tonen. Ook vroeg ik haar naam.

In dit digitale tijdperk is het makkelijk(er) om elkaar te vinden. Na wat clickjes op de smartphone vond ik haar profiel. Ik dacht een paar dagen na en belandde achter de laptop om haar een mail te sturen. Wat schrijf je aan iemand die je niet kent, waarvan je niet zeker bent of ze verwant met je is? Indien ze wel verwant is, weet ze reeds dat ze donorkind is of is ze misschien wel een eigen kind van de donor? Zoveel bedenkingen, doch gaf het willen weten de doorslag contact te willen zoeken.

Hier de mail die ik haar stuurde. Het kan je misschien een aanzet geven om ooit de stap zelf te wagen. Op zijn minst weet je alvast dat je niet alleen bent in je zoektocht. Ik ken zelfs donorkinderen die hun vrienden de opdracht gaven dubbelgangers van hen te fotograferen en door te sturen.

Het meisje heeft me ondertussen terug gemaild. Ook hier weer: een hele lieve reactie voor een heel complex en gevoelig gegeven.

Titel: Hey – een hele onverwachte mail

Beste,

Dit is vermoedelijk het vreemdste mailtje die je in maanden hebt gekregen. Ik hoop dat ik je er niet te hard mee zal overvallen, weet niet welk effect dit op je zal hebben. Weet dat mijn intenties puur en oprecht zijn. Helaas moet ik het doen met de kruimels die ik op mijn pad tegenkom. Na dit weekend ben jij een kruimel geworden, eentje dat ik niet zomaar voorbij kan laten gaan.

Vorige zaterdag was ik in de Vooruit in Gent voor het bijwonen van tribute avond. Achteraf zat ik in het café. Een onbekende jongeman liep op me af en vroeg me of ik  jou was. Toen ik dit ontkrachtte, vertelde hij me dat ik heel hard op jou leek. Misschien had die kerel wat te veel gedronken en was hij op zoek naar jou, waardoor hij zich vergiste.

Wat ik hem toen meegaf, vertel ik nu ook aan jou. Ik ben een donorkind, verwekt met het zaad van een anonieme donor. In het verleden heb ik al heel hard gezocht, maar toen bleek dat de dossiers van de arts werden vernietigd, is de zoektocht naar de naald in de hooiberg begonnen. Doch weiger ik het zoeken naast me neer te leggen.

Ik ben Steph, ben 35 jaar. Verwekt in 1978, geboren in januari 1979. Mijn ouders deden beroep op fertiliteitarts dr. Schoysman om hun kinderwens alsnog in te vullen. Hij had zijn praktijk in het Brusselse. Uit onderzoek weet ik dat hij donoren ronselde in het studentenmilieu van de VUB.

Niet alleen ben ik op zoek naar wie de helft van mijn wezen leverde, maar ben ik me er ook van bewust dat er halfbroers of zussen van me kunnen rondlopen: andere donorkinderen maar ook eigen kinderen van de donor.

Ik ben momenteel met heel veel bezig in de hoop ooit een mogelijkheid te creëren dat alle donorkinderen kunnen vinden of gevonden worden. Ook ben ik op zoek omdat er bij me een erfelijke oogaandoening werd vastgesteld, waarvan ik nog niet weet of die van de donor kwam. Mocht dit wel zo zijn, dan bestaat ook de kans dat halfsiblings deze aandoening hebben overgeërfd, en dat ze deze zelf kunnen doorgeven bij aanvang van een eigen gezin.

Ik weet niet of jij een halfzus bent, maar misschien ben je er wel eentje. Weet dat ik me niet in je leven wens op te dringen of je leven op zijn kop wil zetten. Maar ik ben het mezelf verplicht een stap in het onbekende te zetten.

Ik hoop dat je niet te hard bent geschrokken, doch kan ik me voorstellen dat dit mailtje wel wat bij je teweeg kan brengen. Ik weet niet of je het wat soelaas kan brengen, maar het is de eerste keer dat ik iemand mail nav een gelijkenis.

In bijlage wat foto’s van mezelf.

————– einde mail —————

Het blijft te zot voor woorden dat net de partij die nooit een stem of recht toegekend kreeg, zich ongemakkelijk een weg baant tussen alle implicaties die voortvloeien uit beslissingen en keuzes van anderen. Het zou zo niet mogen zijn.

Groet,
Steph

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s