(Ge)Hoor(d)zitting – Commissie Volksgezondheid – Donorgameten

Dinsdag was het zover: de hoorzittingen in de commissie Volksgezondheid aangaande het wetsvoorstel van Open VLD. Door onze gevoerde lobby en actieve aanwezigheid van de afgelopen jaren, werden we maar liefst door drie verschillende politieke partijen met naam en toenaam naar voor geschoven als 1 van de sprekers op wat een historische stap in het Belgisch donorconceptiebeleid zou en zal worden.

Een hele belangrijke dag. Zo belangrijk dat je een trein te vroeg neemt om zeker niet te laat te komen. Een dag waar je alle sprekers wil gehoord hebben omdat elke spreker wel iets toevoegt in dit grote debat. Een debat dat, na afloop van de hoorzittingen, duidelijk gevoerd moet worden. En debat dat ook breder dient opengetrokken te worden naar andere thema’s die eenzelfde gemeenschappelijke noemer delen: meeouderschap, draagmoederschap, afstamming, afkomst, …

Deze dag was ook een kruispunt van mensen waarvan sommigen al een tijdje zij aan zij met ons mee lopen. Zij die echt met ons meewandelen en zij die ons af en toe het nodige duwtje in de rug geven om te blijven gaan voor het grotere doel. Uiteraard had je ook de mensen die de afgelopen jaren hebben getracht tegenwind te leveren of de dam naar common sense en correct beleid barricadeerden met selectief gekozen onderzoeksresultaten, controversiële uitspraken en onheilspellende verhalen over een dreigende zwarte markt die ons anders zal verzwelgen.

Het zou een boeiende dag worden waar heel wat kritische vragen werden gesteld en gezichtsvelden werden verruimd. Het werd een dag die me, maar ook anderen, hoop gaf dat een beleid mogelijk is dat beter tegemoet zal komen aan de noden en belangen van alle partijen dan dat vandaag het geval is.

Hoogtepunten – voormiddag
Een van de toespraken die het debat herleidde naar de essentie was die van een bestuurslid van VZW Donorfamilies. Als trotse papa van twee jonge kindjes die  verwekt werden met behulp van donormateriaal, vertelde hij hoe hij en zijn partner in de medische mallemolen terecht kwamen toen een zwangerschap uitbleef. Toen kwam de diagnose van onvruchtbaarheid, het voorstel tot behandeling met donormateriaal, een screening dat aanvoelde als een toegangsexamen, … De emotionele rollercoaster waar hij in belandde waarbij hij toegaf dat hij op dat moment geen weloverwogen keuze kon maken. Hij voegde er ook aan toe dat het draagvlak voor anonimiteit afneemt en er altijd kinderen zullen blijven opstaan die recht op informatie opeisen. Misschien zullen dat op een dag wel zijn kinderen zijn. Het was een mooie en serene getuigenis die de kern belichaamde:  het houden van, het ouderschap, het koesteren, de dankbaarheid en de wens je kind de dingen te kunnen aanreiken die het nodig heeft (kan hebben) om over het volledige levensverhaal te beschikken. Belangen van ouders en kinderen zijn niet tegenstrijdig: ouders willen gelukkige en gezonde kinderen, en vice versa. Een beleid uitwerken dat alle belangen includeert,  is niet alleen perfect mogelijk: het komt zelfs het gezin in zijn geheel ten goede.

Ethicus Willem Lemmens (UA) legde het accent van zijn betoog in de terechte vaststelling van een paradox in het huidige donorconceptiebeleid die hij later in zijn opiniestuk in De Standaard als volgt zou verwoorden: “Men verliest weleens uit het oog dat die samenlevingsvormen in feite een soort nabootsing zijn van het klassieke ouderschap. In feite steunt de hele praktijk van anoniem spermadonorschap op het verlangen van een koppel (of een vrouw) om een kind te concipiëren dat genetisch en biologisch zo nauw mogelijk aansluit bij de moeder en alvast zo goed als mogelijk op de wettelijke vader lijkt. Blijkbaar hechten wensouders er veel belang aan dat de band tussen kind en ouders de klassieke kind-ouderrelatie zo goed mogelijk nabootst. Maar als die band zo belangrijk is, kan men onmogelijk volhouden dat de interesse die het donorkind heeft in de eigen biologische afstamming een louter subjectieve preferentie is. Men mag het kind niet ontzeggen, wat blijkbaar door de ouders als wezenlijk voor hun geluk en de ontplooiing van hun gezin werd gezien.

Die interesse heeft immers fundamenteel belang voor de uitbouw van een eigen identiteit, een levensverhaal waarin een plaats wordt gegeven aan alle actoren en omstandigheden die de ontplooiing als volwassen man of vrouw zo optimaal mogelijk garanderen. Daarvoor is niet alleen een warm nest van belang, waar men zich ‘goed voelt’: zoals voor elk kind is daarbij ook de uitbouw van een open, waarachtige relatie met de ouders van belang. Ouderschap dat gebukt gaat onder een soort geheim, een gezinsleven waar een verborgen verhaal leeft over de diepste identiteit van een kind, is geen ideaal. “

Ook de heer Tournaye (UZB) kreeg het woord. Even dacht ik dat hij voorafgaand een aantal keren een astma-aanval had gekregen door het aanhoudend zuchten en heen-en-weer schudden: vooral wanneer verschillende sprekers in hun betoog hetzelfde refrein lieten weerklinken: dat het vasthouden aan anonimiteit niet meer te verantwoorden is in onze moderne maatschappij. Het is alleen niet meer te verantwoorden naar onze kinderen toe, het ondergraaft net het gezin en de onderlinge gezinsrelaties die er door gevormd worden. Zijn betoog bracht niets vernieuwend en was eerder voorspellend: hij kwam aandraven met selectief gekozen studies en het schetsen van doomscenario’s.

Hoogtepunten – namiddag
Bruno Vanobbergen
, onze kinderrechtencommissaris, riep terecht ook op tot het voeren van een breder debat waarbij verschillende thema’s aan elkaar kunnen gekoppeld worden. Niet alleen donorkinderen kunnen worstelen met onbeantwoorde afstammingsvragen, ook adoptiekinderen en de onlangs gevoerde hoorzittingen over de Belgische gedwongen adopties, deed hem en zijn medewerkers reeds opmerken dat een groot debat over afkomst, maar ook over herdefiniëring van ouderschap aan de orde is.

Een dieptepunt dat een hoogtepunt werd was het betoog van de ethicus heer Pennings. – eerlijkheidshalve dien ik toe te geven dat onze verstandhouding met hem gekleurd is door voorgaande ontmoetingen en uitspraken van laatstgenoemde – . Uitspraken die de behoefte in me doen opwellen om zijn diploma’s op te vragen om te checken of er wel degelijk ethicus op genoteerd staat. In het hoofd heb ik al vaak een persiflage van een look-a-like zien passeren waarbij een goede imitatie van Eddy Wally’s grootste hit wordt neergezet. U mag zelf kiezen de welke. De man die onlangs nog het land verraste met de uitspraak ‘ouders willen geen kat in een zak kopen’ en nu ook kwam aanlopen met zoveel controverse dat zijn eigen argumenten geen steek meer hielden.

Het gehanteerde perspectief is ook zo beperkt, dat hij dreigt bij elke stap tegen een muur aan te botsen. Voor hem is het (te) simpel: ouders willen een kind: ouders horen over een resem aan mogelijkheden en vrijheden te beschikken om een kind te krijgen. Belangen van het kind, de complexiteit dat donorconceptie met zich teweeg kan brengen, andere noden van (wens)ouders werden ook deze keer zo geminimaliseerd dat ze niet ter sprake kwamen. Toen hij het argument ‘het betreft enkel een beperkt aantal donorkinderen’ en dus quantité négligeable werd hij op zijn plaats gezet door goede vriend en bondgenoot professor Cassiman die hem er attent maakte dat als we die mentaliteit ook zouden doortrekken op andere gebieden, bij bv. zeldzame ziekten, we als sociale maatschappij heel wat mensen in steek zouden laten.

De heer Pennings trachtte de oerbehoefte van donorkinderen te bagatelliseren door te stellen dat er zoveel kinderen zijn die niet weten wie hun biologische ouders zijn, denk aan de koekoekskinderen. Zijn vergelijking gaat hier echter niet op: donorkinderen zijn mensen die bewust worden verwekt doordat de overheid een beleid toelaat om ze überhaupt te kunnen verwekken. Hierbij is belangrijk te erkennen en beseffen dat onze overheid hier net dè verantwoordelijkheid in draagt: niet alleen naar de kinderen, maar ook naar de ouders en het gevormde gezin toe.

Als een land beslist fertiliteitbehandelingen met donorgameten (of draagmoederschap) wettelijk toe te laten en dit om onvervulde kinderwens alsnog te kunnen invullen, dat dient onze overheid in dat beleid de belangen van alle partijen er in op te nemen. Wat voor maatschappij zijn we waarbij een beleid bewust de belangen of behoeften van de kinderen die er door verwekt worden niet includeren, waardoor net de wortels van dat gezin op een instabiele ondergrond hun oorsprong kennen? Beleidsmakers, neem jullie verantwoordelijkheid hierin op.

Groet,
Steph – Link naar onze inbreng tijdens de hoorzittingen

En voelt u het ook al? http://www.youtube.com/watch?v=3Nua5klb4Os

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s