The misconceptions about donor conception

In een land waar een bakje charcuterie uit de supermarkt over meer mogelijkheden beschikt om zijn afkomst te kunnen achterhalen dan de mensen die bewust door een beleid met het genetisch materiaal van derden worden verwekt, worden heel wat misvattingen en foutieve argumentatie de wereld ingestuurd. Alles om het huidige beleid aan te houden en de directe implicaties ten aanzien van de kinderen te bagatelliseren, zelfs te negeren.

In een land waar als je een rashond koopt, het dier zelfs over een uitgetekende stamboom kan beschikken, maar als het op gekweekte kinderen aankomt, deze kinderen het moeten doen met een halve tot geen boom over hun biologische achtergrond. Ze hebben nochtans even veel geld gekost, in sommige gevallen zelfs meer. En het betreft hier niet wat ‘on-the-side’-information: het is belangrijke informatie die hen rechtstreeks aanbelangt: het bepaalt letterlijk de helft of meer van hun wezen, hoe ze er uit zien, het bepaalt hun persoonlijke interesses alsook vaardigheden. Daarnaast bevat het een medische blauwdruk van hetgeen hen, en later hun kinderen, te wachten staat.

Op een of andere manier werd het gedachtengoed gecreëerd dat alles hoort te wijken voor de invulling van een kinderwens: zelfs fundamentele rechten/behoeften van de mensen die er door verwekt worden als onbelangrijk afgeschreven, zodat ze nog voor hun geboorte uit de weegschaal worden gehaald. Erger nog: ze werden er nooit ingelegd.

Vandaag wil ik een aantal van de misvattingen de wereld uit helpen: een realiteit schetsen dat gemakkelijkheidshalve niet in de brochure wordt gezet of naast de foto’s van de delende embryo’s in de wachtzalen wordt gehangen. Vandaag wil ik het hebben over een realiteit waarin donorkinderen verplicht horen op te groeien: we krijgen zelfs opgelegd hoe we hier mee dienen om te gaan. Zolang het niet de gecreëerde bubbel doet kapot spatten. Wel, hier ben ik met de naald.

Donorconceptie is geen vruchtbaarheidsbehandeling of een reproductieve geneeskunde
Niemand wordt meer of terug vruchtbaar door een behandeling met donormateriaal. De term ‘reproductieve geneeskunde’ is een foutief gehanteerde term. Meestal wordt een donorkind verwekt met het genetisch materiaal van slechts 1 iemand die ook effectief een ouderschapsrol ten aanzien van het kind zal opnemen. De andere helft (of soms meer in het geval van embryo-donatie) wordt aangeleverd met het voortplantingsmateriaal van derden. Zo kunnen lesbische koppels en alleenstaande vrouwen enkel zwanger worden door het zaad van een man. Elk koppel dat beroep doet op donormateriaal kan zich maar voor de helft, en soms minder, reproduceren/voortplanten. De andere helft wordt bij wijze van spreken geadopteerd: je adopteert een half (of heel) kind van iemand die het kind niet mee zal grootbrengen.

Donorkind = het kind van een donor
Hoe men het ook draait of keert: een donor is een biologische ouder van het donorkind. Elke geneticus zal je vertellen dat iemands fysieke wezen wordt bepaald door de mix van het DNA van 2 biologische ouders. De biologische ouders zijn zij die eicel en zaadcel aanleverden. Zonder deze combinatie is de verwekking van een mens niet mogelijk. De biologische ouders geven voor een deel hun genetische bouwstenen door aan het kind: het bepaalt niet alleen uiterlijke kenmerken maar ook interesses/vaardigheden, het bevat een mogelijke voorbode aangaande gezondheidsrisico’s. Doch tracht me  dit te bagateliseren en vooral in te zetten op de geruststelling van de ouders: het is jouw kind. Als een kind ooit een bezit kan zijn. Alsof het juridisch claimrecht ooit zal en kan wegnemen dat het kind biologisch afstamt van een derde persoon.

Gametendonatie ≠ bloed/orgaandonatie
Vaak, en geheel onterecht, wordt eicel/zaadceldonatie onder hetzelfde vakje als bloed- of orgaandonatie gestoken. Dit klopt niet: een donor geeft bij gametendonatie niet louter wat vloeistof of een orgaan aan andere persoon. Door bloed- of orgaandonatie wordt niet iemands fysieke wezen bepaald of gewijzigd. Bij eicel- en zaadceldonatie wordt wensouders de mogelijkheid gegeven om een kind te kunnen krijgen dat voor de helft uit het genetisch materiaal van een andere volwassene is opgebouwd.

Aan de donor wordt een contract voorgeschoteld: hij of zij dient letterlijk afstand te nemen van enige emotionele verbinding of verantwoordelijkheid ten aanzien van diens toekomstig nageslacht. Er wordt hem of haar verkeerdelijk verteld dat dit zo hoort en zelfs beter is voor de kinderen en de (wens)ouders. Doch is het kind een biologisch kind van de donor. En mocht de donor zelf kinderen hebben of nog krijgen, dan zijn de verwekte donorkinderen halfbroers/zussen van diens eigen kinderen. Maar dit gegeven heeft voor het gemak ook nooit de brochure gehaald.

Een kindersuprise met een lont
Donorkinderen ervaren hetzelfde gevoel van verlies en ontbreken van een fundamenteel puzzelstuk in hun identiteit en afkomst, als kinderen waarbij een biologische ouder hen voor de geboorte heeft verlaten, als adoptiekinderen, als kinderen die verwisseld werden bij de geboorte, of kinderen die werden ontvoerd en grootgebracht door andere volwassenen. De ophef die er vandaag in ons land heerst over het gebrek aan correcte opvang en hulpverlening op maat voor kinderen met psychologische problemen is meer dan terecht. Dit land schiet hierin te kort. Maar hallucinant wordt het helemaal als je vaststelt dat dit land een beleid heeft uitgewerkt waarbij kinderen bewust onder anonieme noemer worden verwekt en ze bij het verlaten van het geboortekanaal een rugzak aangemeten krijgen waar een potentiële psychologische tijdbom in zit.

De afgelopen jaren heb ik al heel wat donorkinderen ontmoet, gemaild en gesproken die echt worstelen, en blijven worstelen, door het ontbreken van die puzzelstuk. Ik heb onlangs gesproken met een hoofdpsychiater uit een Belgisch ziekenhuis die jonge adolescenten begeleidt. Onder haar patiënten ook donorkinderen die zodanig met hun ontbrekende afkomst worstelen dat ze op, en over, de rand van een psychose balanceren. Een aantal van hen hebben zelfs zelfmoordneigingen.

Ik zeg niet dat alle donorkinderen worstelen of zodanig zullen worstelen met zichzelf, maar je kan toch niet (meer) ontkennen dat het ontzeggen van belangrijke informatie die het kind aanbelangt en definieert, geen impact kan of zal hebben. Je hebt nl. een hele grote kans om te oogsten wat je zaait. Correctie: de kinderen oogsten wat volwassenen zaaiden. Zelfs een blinde kan enige inschatting maken van alle mogelijke rechtstreekse gevolgen voor het kind op latere leeftijd.

Gift van het leven
Vorige zomer pakten een aantal Belgische centra nog uit met de reclamecampagne ‘levensdonoren’. De goedgekozen marketingboodschap was: een donor geeft een kind de gift van het leven. Heel wat donorkinderen krijgen de ‘jij bent je donor toch dankbaar?’-oneliner voorgeschoteld. Een dooddoener van formaat: waarom zouden donorkinderen hun donor dankbaar moeten zijn? Dankbaar ben je als je leven wordt gered of er een mogelijkheid wordt geboden om een beter leven te kunnen leiden. Een eicel/zaadceldonor draagt bij aan de verwekking van een nieuwe mens.

De gift is echter geen gift, maar eerder een voorbode dat een kind een leven tegemoet moet gaan waarbij enige mogelijkheid tot vitale kennis, contact of het uitbouwen van een betekenisvolle relatie met diens biologische ouder(s) of halfsiblings niet mag. Het wordt ons onmogelijk gemaakt, zelfs verboden.

Daarnaast: moeten kinderen hun ouders überhaupt dankbaar zijn omdat volwassenen de invulling van een persoonlijk verlangen najaagden? Hadden we niet bestaan, hadden we ook de vragen niet gehad waar de meesten van ons mee worstelen. Vaak wordt het dankbaarheidsprincipe verkeerdelijk opgeworpen om de bovenhand in een discussie te krijgen. Voor de dankbaarheids-believers: horen kinderen verwekt uit een verkrachting de verkrachter van hun moeder dankbaar zijn voor de gift van het leven? Of transgenders: hoort de dankbaarheid om de gift van het leven niet zo ver te reiken dat het ook het verkeerde lichaam wordt aanvaard?

Niemand wint
Niemand wint echt bij donorconceptie: iedereen verliest wat. De vrouw heeft geen kind gekregen met/van haar (onvruchtbare) partner. Het kind is geen symbool van hun liefde samen, daar de helft – of meer – van het kind afstamt van een vreemde. De onvruchtbare partner blijft onvruchtbaar. De alleenstaande vrouw blijft alleenstaand. Het kind kent zijn biologische ouder(s) niet, en het wordt opgelegd genoegen te moeten nemen met een ontbrekend deel van/over zichzelf. Een donor wordt contractueel verboden om contact te zoeken.

Weigeren opnemen van verantwoordelijkheden
Alle volwassenen die betrokken zijn in het donorconceptieverhaal minimaliseren hun verantwoordelijkheden ten aanzien van het kind dat ze wensen te verwekken. De (wens)ouders rechtvaardigen het parcours door aan te nemen dat een donor zijn of haar toestemming gaf om diens genetisch materiaal te mogen gebruiken. Dokters stellen gerust door hun patiënten te vertellen dat al zoveel wensouders beroep op zulke behandelingen deden en dat het veilig is. Er zijn zelfs artsen die vandaag aan (wens)ouders vertellen dat de anonimiteit van de donor het kind geen parten zal spelen. Een donor denkt bij zichzelf dat hij (wens)ouders aan kind heeft geholpen. Hij of zij gaat er vanuit dat het kind ok zal zijn, daar wanhopige ouders die heel wat moeite hebben gedaan om alsnog een kind te krijgen, d’office ouders zijn die zullen meedingen naar de titel „beste ouders van het jaar”. Als een donor zou effectief zou beseffen dat het kind een biologisch kind van hem of haar is, een halve mens van diens vlees en bloed, dat wordt achtergelaten bij totaal onbekenden: zou een donor dan nog steeds geneigd zijn om op die manier te doneren?

Ik blijf het herhalen tot Christoff er een plaat over zal maken: het is niet omdat – voor welke reden dan ook – een kinderwens onvervuld blijft (ziekte, onvruchtbaarheid, ontbreken van een baarmoeder, zaadcellen/eicellen of juiste partner), het gerechtvaardigd is het zelfverklaard gevoel van discriminatie of persoonlijk onrecht toe te dekken met een schending van iemands fundamenteel recht op identiteit en afkomst. En dat als je deze belangen niet kan of wil toekennen, dat je dan moet overwegen zulke behandelingen niet meer uit voeren. Vandaag zijn het geen netwerken van priesters, malafide adoptieorganisaties, of mensensmokkelaars waar met de vinger naar gewezen kan worden, vandaag mag deze overheid de vinger naar zichzelf wijzen. Het is de overheid die vandaag nog steeds haar verantwoordelijkheid niet opneemt ten aanzien van de donorkinderen die door en onder haar beleid worden verwekt.

Because we can, we should?
De medische wereld gaat er vanuit dat elke nieuwe ontdekking of mogelijkheid dat mensen helpt, automatisch goed is en dus uitgevoerd hoort te worden. Hun grootste argument: we brengen geluk bij ongelukkige (wens)ouders. Onlangs zei een fertiliteitarts: het leed van wensouders om geen kind te kunnen krijgen weegt zwaarder door dan de gevolgen voor het kind. Alsof iets afgewogen hoort te worden? Is omdat het kan, ook moet? Recht op kind is geen recht, het is een voorrecht: eentje dat nooit ten koste van iemands fundamentele rechten of belangen hoort te gaan.

Waarom anoniem?
Waarom zouden de betrokkenen in het donorconceptieverhaal (donoren, wensouder(s), onvruchtbare partner, centra) willen dat donoren anoniem blijven?

Donoren
Hetgeen het vaakst wordt opgeworpen is dat donoren niet geconfronteerd willen worden met een kind aan hun voordeur. Artsen en bepaalde ethici projecteren maar al te graag het beeld van een donorkind dat met opengevouwen handjes of zelfs met issues op de stoep staat.

Allereerst: een donor die langs het legale circuit potjes of petrischaaltjes liet vullen, is juridisch beschermd tegen allimentatie of erfenisclaims. Geloof of niet, maar ik ken geen enkel donorkind dat diens donor wenst te vinden, zodat geld kan gevraagd worden. Daar is het ons niet om te doen.

Dat er wordt gesteld dat een donor niet geconfronteerd wil worden met diens offspring omdat het donorkind op latere leeftijd misschien issues kan hebben met het donorgegeven, legt bloot dan men reeds beseft en ook ergens erkent, dat kinderen die dmv donormateriaal of draagmoeders verwekt werden hier psychologische gevolgen van kunnen ondervinden.

Onvruchtbare koppels, alleenstaande wensmama’s en same sex-couples
In België zijn twee type donoren mogelijk: anoniem of gekend. Vaak wordt voor anoniem gekozen omdat deze keuze het minst bedreigend lijkt. Het is minder complex, minder koks aan de soep, kortere wachttijd, geen extra screenings of nog meer haltes in behandelingsparcours. Neem daar nog eens bij dat vandaag de dag artsen het meest wensouders in de richting van anonieme donatie blijven sturen.

De focus in het centrum ligt op de invulling van een kinderwens. Het is pas achteraf, als de kinderwens is ingevuld, dat ouders echt beseffen of gevolgen ondervinden van hun eerder gemaakte keuze. De wens werd een mens. En dat mensje groeit op, stelt vragen, wil weten. Sommige ouders willen eerder vergeten dat het kind het halve (of een heel) biologische kind van iemand anders is, en tonnen fairy dust wordt er tegen aangegooid. Sommige ouders zijn bang dat als de onbekende donor een echte persoon wordt, er een natuurlijke band kan ontstaat tussen donorkind en biologische ouder. Een persoonlijke angst resulteert in het weerhouden van informatie en de mogelijkheid voor het kind om over het gehele plaatje te kunnen beschikken. Iets wat niet eerlijk is ten aanzien van het kind, en onderlinge gezinsrelaties onvermijdelijk negatief zal beïnvloeden.

Fertiliteitindustrie
Ondertussen is de fertilteitindustrie een lucratieve money-making business geworden. We hebben het Rekenhof nog niet gevraagd het financiële plaatje van Belgische centra en artsen te schetsen, maar je hoeft niet lang naar school te zijn geweest om te weten dat elke verstandige speler graag wil blijven meespelen. Om je een idee te geven: werelds grootste spermabank heeft in 2013 een mooie winst van 80 miljoen euro gemaakt. Het spreekt voor zich dat Belgische artsen liever hun banken aangevuld zien met eigen donoren, dan steeds vaker beroep te moeten doen op een buitenlandse leverancier. Desondanks de gebetonneerde anonimiteit is er in dit land een nijpend (woordspeling) tekort aan eigen donoren.

De meeste artsen wensen vast te houden aan de anonimiteit omdat het doorloptraject van een koppel hierdoor zo kort mogelijk gehouden wordt, waardoor sneller een volgende klant verder geholpen kan worden. De anonimiteit biedt centra ook een grijze zone aan, waarbij bepaalde vrijheden gehanteerd kunnen worden, die net door het gebrek aan volledige transparantie, zeer moeilijk vast te stellen zijn. Tot op heden weigeren de meeste artsen enige vorm van zelfreflectie of verantwoordelijkheid op te nemen ten aanzien van de donorkinderen die zij helpen te verwekken.

Ik denk persoonlijk dat de angst voor verandering hen parten speelt, maar ook het publieke geheim dat de meesten van onze vooraanstaande Belgische medici ooit zelf donor zijn geweest, kan een overwegend argument zijn om het deksel angstvallig op het potje wensen te houden. Vaak ontsprong de gedachte – alsook binnenpretje – eens een webpagina te maken met foto’s van al die knappe koppen met de titel ‘Wie is het?’ Misschien moet ik dan toch overwegen MB spellen te contacteren of ze donorkinderenversie op de markt willen gooien. In dit land zijn er al op zijn minst een 60 000 gegadigden om een volgende autorit wat amusanter te maken.

 

Gemis dat niet gerouwd mag worden
Donorconceptie is een verlies van een biologische ouder in het leven van een kind. Het kind mist iets. Een gemis en vraagtekens die velen van ons met zich meedragen. Iets wat regelmatig boven komt drijven als bv. vaderdag, moederdag, een verjaardag, een belangrijk moment, … passeert. Een gemis dat vaak niet gedeeld kan worden omdat je het enige donorkind in je gezin bent, of je broers of zussen mogen het niet weten, of je hebt broer of zus die er helemaal anders mee omgaat, of omdat je je ouders niet wil kwetsen met je vragen, je geen andere donorkinderen kent, …

De meeste donorkinderen ondergaan dit gemis en rouwen helemaal op hun eentje. Wat het nog erger maakt is dat de meeste mensen, en zelfs onze maatschappij, dit niet begrijpen of kunnen vatten. Ze begrijpen niet wat er wordt gemist want wat je nooit hebt gekend, kan je toch niet missen? De behoeften van kinderen worden ontkracht, gebagatelliseerd en systematisch genegeerd.

Het feit dat je als donorkind constant wordt gecfronteerd met het besef dat iets fundamenteel je werd ontnomen en nog steeds ontbreekt, dat dit alles een rechtstreeks gevolg is van het bewuste toedoen van anderen, en dat vandaag onze overheid het nog steeds toelaat dat donorkinderen met hetzelfde gemis alsook gevolgen door het leven moeten, doet het Jeanne D’Arc-gen alleen maar opflakkeren. Niet alleen voor andere donorkinderen, maar ook voor hun ouders. Het vroegere en huidige beleid laat ouders het toe een keuze te maken waarvan de implicaties niet ingeschat kunnen worden. En hoe erg is het als je als ouder achteraf beseft dat een gemaakte keuze niet alle belangen van je kind includeerde.

Als we het vroeg vertellen, hoeven we de psycholoog niet te bellen
De fabel dat als een kind het donorgegeven vroeg verteld krijgt, het geen behoefte zal kennen om meer te willen weten over zijn biologische roots, is niet meer dan … een fabel. Uiteraard is het noodzakelijk, bijna vanzelfsprekend, dat er openheid en eerlijkheid binnen het gezin wordt gehanteerd en dit aangaande alle onderwerpen die het kind aanbelangt.

Openheid en eerlijkheid rond de donorconceptie zal helpen in het uitbouwen van een gezonde ouder/kindrelatie. Het helpt zelfs ouders om te groeien in hun ouderschapsrol. Daarnaast verstevigt het de fundamenten van het gezin en de onderlinge gezinsrelaties.

Als een kind het pas later verteld krijgt – of het komt er zelf achter – dan zijn er twee zaken:
1) het kind zal zich jaren biologisch verkeerdelijk hebben weerspiegeld aan een van zijn ouders, waardoor het afstevent op een ernstige identiteitscrisis
2) een vertrouwensbreuk tussen het kind en diens ouders zal plaatsvinden omdat het kind er achterkomt dat zijn ouders belangrijke informatie achterhielden, en er zelfs over hebben gelogen

Maar de behoefte om meer te willen over je afkomst, heeft niets te maken met het al dan niet vroeg verteld te krijgen. Zo zijn er adoptiekinderen die altijd hebben geweten dat ze geadopteerd werden, die een grote behoefte hebben om op zoek te gaan naar hun roots. En er zijn adoptiekinderen die geen behoefte hebben om te achterhalen. Willen weten waar je vandaan komt is eigen aan de mens, het zit letterlijk in die verdomde genen. Stambomen worden massaal uitgetekend om vast te leggen waar voorouders vandaan kwamen, wie ze precies waren zodat je voor jezelf en je eigen nageslacht een stuk geschiedenis schetsen. Om te weten wie je bent, dien te weten waar je vandaan komt. Aan elk donorkind hoort de keuze al dan niet meer te willen weten.

Het is onvoorstelbaar dat deze maatschappij bewust kinderen verwekt die de toegang tot essentiële informatie ontzegd omdat volwassenen zichzelf de illusie aanmeten dat het ok is om halve tot hele kinderen van vreemden te verwekken, ze te laten opgroeien bij niet-biologische ouder(s), de ouders zelfs de tools krijgen om te kunnen liegen, en de kinderen opzadelt met de grootste gevolgen die donorconceptie met zich mee kan brengen.

Als je als beleidsmaker de belangen van het kind niet includeert, noch tegemoet komt aan de implicaties dat het beleid inluidt, dan hoor je te staken met dat beleid, het te herevaluren en verantwoordelijkheden eindelijk durven op te nemen. If not, dan steek je niet alleen je kop in het zand, je pleegt ook nog eens schuldig verzuim.

Iemand zei me onlangs: het wetsvoorstel van OpenVLD opent de deur naar een iets correcter beleid zodat toch een aantal donorkinderen in de toekomst toegang zullen hebben tot hun afstammingsinformatie. Het politieke klimaat zorgt ervoor dat je beter voor een compromis kan gaan, dan heb je toch al iets bewerkstelligd voor een groep van soortgenoten. Mijn antwoord was heel simpel: een compromis is uitgesloten als het aankomt op het toekennen van fundamentele rechten van mensen. Why should we? Het gaat om ons, om de mensen die worden verwekt, over informatie die ons aanbelangt en toekomt. Reeds 60 jaar worden de belangen van de kinderen on the side gezet omdat volwassenen dit voor ons beslissen. Gaan volwassenen nu ook weer beslissen voor wie wat toekomt en wat niet? We think not.

Alsof Martin Luther King ooit akkoord zou gegaan met een voorstel dat voor een aantal broeders en zusters nog altijd een vorm van rassensegregatie zou inluiden, of een holebi-organisatie die akkoord zou gaan met een comprosis dat maar een specifiek deel van holebi’s bepaalde rechten toekent, neem nu het meemoederschap: alleen voor de lesbiënnes met lang haar of zo? Hoe moeilijk is het om in te zien dat vandaag de dag donorkinderen onrecht wordt aangedaan, gewoon omdat derden voor ons decideerden de spelregels te veranderen omdat het voor hen zogezegd beter uitkomt? It’s not about them, it should be about us.

Ondertussen blijf ik met enige weemoed naar dat pakje charcuterie in de koelkast staren, waarvan mijn land besliste het van meer rechten en mogelijkheden te voorzien, dan de gefabriceerde mensen van vlees en bloed. It isn’t right and fair on us: let’s change it.


Groet,
Steph

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s