Opiniestuk: Het politieke sleutelgatperspectief van Open VLD

In dit land is nog nooit zoveel inkt gevloeid ten aanzien van de net ingediende wetsvoorstellen van CD&V en N-VA . Voorstellen die een grondige hervorming van het huidige donorconceptie beleid wenst in de luiden.

Niet alleen zetten beide politieke partijen zwaar in op betere hulpverlening, register, degelijke omkadering en nazorg ten aanzien van alle betrokken actoren: het is voor het eerst in onze Belgische geschiedenis dat politici de fundamentele belangen van de mensen die door zulke behandelingen worden verwekt, niet alleen erkent, maar ze ook effectief – en zonder onderscheid – wenst toe te kennen.

Beide wetsvoorstellen trachten enkel een keuzevrijheid aan te reiken voor elk donorkind om al dan niet meer te kunnen weten over diens afkomst of halfbroers – en zussen, zodat mocht de oerbehoefte ooit aan de oppervlakte komen bovendrijven, deze informatie beschikbaar is. Als beleidsmakers wensen zij hun verantwoordelijkheden ten aanzien van de kinderen op te nemen, zonder de noden van (wens)ouders als donoren uit het oog te verliezen.

Het is opvallend vast te stellen dat wanneer het debat wordt aangegaan de grootste tegenwind uit de hoek van fertiliteitindustrie komt aanwaaien. Haast profetisch wordt er aangekondigd dat dit land een ongeziene gametendroogte zal kennen, dat er massaal deurbellen zullen ingedrukt worden, dat gezinnen beschermd moeten worden en dat bij ophef van anonimiteit een wekelijkse theevisite van een donor verwacht kan worden. De realiteit kan echter niet verder verwijderd liggen dan van hetgeen door tegenstanders wordt voorgeschoteld. In dit donkere apocalyptisch tijdperk zou men ook haast vergeten dat uit die hoek vooral financiële belangen worden verdedigd. Resultaten van ‘empirische’ onderzoeken worden uit de hoed getoverd, valse argumenten gelanceerd met als doel: een rookgordijn op te trekken om maar niet de wortels van dit thema te hoeven ontwarren of verantwoordelijkheden op te nemen.

Doch namen heel wat democratische landen reeds afscheid van een paternalistisch gedachtengoed waarbij geheimhouding door anonimiteit als een stille tijdbom tussen de fundamenten van gezinnen werd gelegd.

Zo kunnen onder meer UK, Nederland en Duitsland aantonen dat door een open, transparant en correct beleid uit te voeren, ze niet alleen een aanzienlijke stijging in het aantal donoren konden bewerkstelligen. Een ruimer kader werd gecreëerd zodat elk individu kan beschikken over de informatie die hem of haar aanbelangt, en dit zonder onrechtmatige toegang tot iemands privéleven te veroorzaken.

In hun beleid komen ze onder meer tegemoet aan de behoeften van elke betrokkene in dit toch bijzondere verhaal. Zo geven ze de families stevigere handvaten om deze manier van gezinsvorming nog meer naar waarde te schatten.

Daarnaast is er een waarneembare tendens vast te stellen waarbij – van over heel de wereld – steeds meer donorkinderen, maar ook ouders, donoren, juristen, ethici, genetici, psychologen, gynaecologen en organisaties het spanningsveld trachten aan te wijzen dat ontstaat wanneer op grote schaal mensen onder anonieme  noemer worden verwekt. Dit werd onlangs onder meer ook benadrukt in een van de richtlijnen van de Amerikaanse Vereniging van Reproductieve Geneeskunde (ASRM), waarbij de unieke band tussen donorkinderen en donoren wordt erkend. ASRM roept ook op tot een her-evaluatie van het huidige beleid en opheffing van de anonimiteit.

Er was eens
Toen in de jaren ’50 voor het eerst behandelingen met donormateriaal in België werden uitgevoerd, kon men nog niet inschatten welke implicaties deze bij de kinderen en hun gezinnen zou veroorzaken. Wat voorheen enkel toegankelijk was voor gegoede onvruchtbare hetero koppels, werd vanaf de jaren ’80 ook beschikbaar gemaakt voor lesbische koppels en alleenstaande vrouwen met een kinderwens. Door de jaren heen werd er een gedachtengoed gecreëerd waardoor velen die wens verkeerdelijk als een recht wordt geïnterpreteerd. Want zoiets als recht op kind bestaat niet. Een kind heeft echter wel recht op ouders.

En zoals met alles in het leven is elke mens gebonden aan een biologische realiteit, beperkingen en beschikbare mogelijkheden. Onze overheid zorgde voor een beleid dat tegemoet komt aan het verlangen van wensouders die – voor welke reden dan ook – zich niet met hun eigen materiaal kunnen voortplanten. Hierdoor krijgen velen van hen toch nog een kans op ouderschap.

Ondertussen telt dit land een 50 000-tal kinderen die met het genetisch materiaal of baarmoeder van een derde persoon werden verwekt of geborgen. Uiteraard staan we stil bij het feit dat zonder die donaties deze kinderen niet hadden bestaan, noch dat er tienduizenden gezinnen alsnog gevormd konden worden.

De tegenhangers van een correcter beleid laten het verhaal hier stoppen. Maar het verhaal stop hier niet: het begint pas.

Het kind dat werd verwekt, wordt geboren en door diens ouder(s) in de Maxi-Cosi het ziekenhuis uitgedragen. Het ouderschap dient zich aan, en zoals bij elke ouder met een pasgeboren baby is het zoeken: het is elkaar leren kennen, verzorgen en koesteren. Ondertussen wijst heel wat onderzoek uit dat ouders pas later – als de onzekerheden, angsten en verdriet dat het fertiliteitparcours met zich meebracht, werden verwerkt – beseffen dat het mensje dat bijdraagt aan hun gezinsgeluk recht heeft op alle puzzelstukken die nodig heeft om zich volledig te kunnen ontplooien en definiëren.

Toen vorige dinsdag een krantenartikel ter verdediging van het wetsvoorstel van Open VLD kopte ‘Gefrustreerde wensouders durven risico’s nemen’, konden ze de woordkeuze noch de insteek slechter hebben gekozen. Frustratie treedt op wanneer je bv. na 30 minuten nog steeds geen parkeerplaats hebt gevonden, of je voor de zoveelste keer ontdekt dat je huissleutels in die andere jaszak staken.

Wensouders zijn niet gefrustreerd, het zijn mensen die balanceren tussen hoop en wanhoop, tussen de kans om een kind te kunnen krijgen of kinderloos door het leven te moeten gaan. Het zijn mensen wiens leven op pauze staat, in de hoop ooit terug de play-knop te kunnen induwen. Niet weten of je ooit ouder zal kunnen worden, terwijl het verlangen zo groot is, maakt wensouders ook heel kwetsbaar, laat staan dat ze springen om risico’s te durven nemen. Ze weten namelijk op dat moment niet wat ze kiezen, noch kunnen ze de implicaties van de keuze ten volle inschatten, wanneer hen door een fertiliteitarts de opties worden toegelicht. Het is niet fair ten aanzien van de wensouders, noch het te verwekken kind hierin uberhaüpt een keuze mogelijk te laten.

Het advies van het ministerie van Justitie op wetsvoorstel van Open VLD (menukaart aan type donoren met verscheidenheid aan toegang tot informatie voor het donorkind over diens biologische ouder) liet geen ruimte voor interpretatie: niet alleen is wetsvoorstel ongrondwettelijk, het creëert een discriminatie tussen de verschillende donorkinderen. Daarnaast is het keuze die het kind zijn ouders rechtstreeks kwalijk kan nemen: je zou maar eens toevallig dat donorkind moeten zijn met een grote oerbehoefte om meer te willen weten, maar de pech heeft dat zijn ouders voor een strikt anonieme donor hadden gekozen.

Kind zonder label
De afgelopen zestig jaar behartigde het Belgisch beleid enkel de belangen van wensouders en donoren. Doch zijn de grootste implicaties aangaande de donorconceptie voor de donorkinderen zelf, daar net de helft van hun wezen werd opgebouwd met het genetisch materiaal van een persoon die ze zelf niet kennen of zal grootbrengen.

Het betreft niet alleen fysieke of karakteriële kenmerken die ze delen met hun biologische ouder(s), maar het omsluit ook een aanzienlijk stuk medische achtergrond. Door deze kinderen toegang te ontzeggen tot essentiële, soms existentiële informatie, worden ze herleid tot minderwaardig daar ze niet kunnen beschikken over informatie die voor hem of haar belangrijk is.

Hierdoor worden niet alleen democratische principes, maar ook het Kinderrechtenverdrag geschonden. Dat verdrag stelt in artikel 7 dat “elk kind heeft recht op kennis van zijn identiteit. Daartoe behoort niet alleen dat het kind mag vernemen dat het een juridische status heeft die niet overeenstemt met de genetische waarheid, maar ook dat het, indien het kind daar prijs op stelt, mag weten van wie het daadwerkelijk afstamt. Met de kennis over de identiteit zijn immers voor het kind psychologische, sociologische, medische en juridische belangen gemoeid.”

Blijven we in België een beleid hanteren dat de volgende generatie donorkinderen bewust deze toegang tot persoonlijke fundamentele ontzegd en waarvan we weten dat het ontbreken hiervan een potentieel negatieve psychologische weerslag kan veroorzaken? Als het van Open VLD afhangt is dit zelfs een van hun vooropgestelde ‘gedurfde risico’s voor wensouders’.

Zowel CD&V als N-VA trachten met hun wetsvoorstellen het huidige onevenwicht voor een deel te herstellen, zelfs te humaniseren. Daar het aanhouden van het huidige beleid in deze moderne tijdsgeest niet alleen onverantwoord is: het is simpelweg niet meer te verantwoorden naar onze kinderen toe, noch naar diens ouders.

Zo is absurd te moeten vaststellen dat een bakje charcuterie uit de supermarkt over meer mogelijkheden beschikt om diens afkomst te kunnen traceren, dan door een beleid verwekt donorkind.

Indien een overheid een beleid toelaat dat kinderen verwekt met het genetisch materiaal van derden, dan is het ook aan die overheid om de belangen van die kinderen te includeren en toe te kennen. Hoort het welzijn van onze kinderen niet bovenaan het prioriteitenlijstje te staan?

De invulling van een kinderwens en toegang tot afstammingsinformatie voor het kind hoort een én-én-verhaal te zijn. Daar het namelijk deel van het geheel maakt. Daarnaast zijn de belangen van ouders en kinderen niet tegenstrijdig, noch worden deze geschaad door het geven van juiste informatie aan het kind m.b.t. diens genetische oorsprong.

Als een gezin echt de hoeksteen van een samenleving is, dan is het aan onze overheid om het cement en bouwreglementen aan te leveren zodat de fundamenten van dat gezin, als de onderlinge gezinsrelaties op een zo stevig mogelijke ondergrond en correcte manier gebouwd kunnen worden.

Steph Raeymaekers – donorkind| Voorzitter
Donorkinderen VZW | Tel + 32 (0) 478 685 622
stephke.r@pandora.be | www.donorkinderen.com
twitter @donorkinderen | www.facebook.com/donorkinderenbelgie

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s