Plaatsvervangende schaamte – Symposium UGent – Parenthood

Vrijdag 28 juni 2015. Een dag waarop op mijn werk verlof werd gevraagd en verkregen om oor en hart op het Symposium van het UGent te luister te leggen. Met een bang hart weliswaar omdat in het verleden zo goed als alle uitspraken die uit die hoek werden gelanceerd niet getuigden van een ruim perspectief. Daarnaast ook iets te veel ‘onderzoeksresultaten’ zien passeren dat hun vooringenomenheid tracht te staven in de plaats van een eerlijk(er) en zinvolle(re) research te voeren met de subsidies die werden binnengehaald.

Het symposium luidde in dat het geld nu op was, en poogde te verantwoorden waarvoor het werd besteed. Ik moet toegeven dat het enige goeie nieuws dat daar werd verkondigd, het gegeven was dat voor een aantal van de onderzoekers hun contract afliep. Fingers crossed dat zij ofwel ooit het licht zullen zien of geen platform meer zullen krijgen.

Hier alvast een goed bedoelde suggestie meegeven: misschien moet de wetenschap zich buigen over behandelingstechnieken waarbij verkondigde zever door bepaalde professoren, ethici, fertiliteitartsen evenals researchers, kan omgezet worden naar donorgameten. Het zou het tekort meteen oplossen, en wie weet kunnen we zelfs aan een lucratieve export denken.

Wat vrijdag opviel, en anderen zouden deze vaststelling bevestigen, is dat alle sprekers van die universiteit, de belangen van het kind herleiden naar ‘als de ouders maar over meer keuzes kunnen beschikken’ en ‘als het maar gezond is’. Een pijnlijke vaststelling dat nog steeds duidt op een totale verloochening van het geheel. Hoe kan je ouders helpen als je niet eens inziet dat je meehelpt aan het creëren van een mens, een gezin, een familie? En dat dat gezin valt en staat met de fundamenten en de tools die je hen aanreikt? En hoe durf je niet alle belangen van de kinderen die door zulke behandelingen worden verwekt te includeren net als 1 van die belangrijke fundamenten in dat gezin?

De Parenthood-research group kwam af met een onderzoek waarbij lesbische koppels met kinderen tussen de 7 en de 10 jaar werden bevraagd. Sommige ouders waren ‘open’ over de donor, anderen probeerden de zaaddonor zo ver mogelijk te distantiëren van het gezin en herleidden hem tot iets wat nodig was om hun kind te kunnen krijgen. Het is belangrijk mee te geven dat die kinderen niet apart van hun ouders werden bevraagd, zodat je uit dit onderzoek niet kan afleiden of de antwoorden echt hun mening is of eerder beoogt hun ouders niet te kwetsen.

An Ravelingien deelde op haar beurt de resultaten van haar onderzoek mee: een onderzoek waarbij lesbische wensouders werden bevraagd naar hun beleving en jolijt bij de vaststelling dat ze als klanten ook bepaalde keuzes kenbaar konden maken: zoals krullend haar, karakteriële kenmerken, .. zelfs een imaginaire line up van donoren waarbij het lekkerste kontje kon gekozen worden passeerde (schaamteloos) de revue.

De zinnigste en eerlijkste presentaties kwamen uit de UK, zowel van Lucy Frith (University of Liverpool) en Lucy Blake (University of Cambridge), die het geheel benaderden en het publiek ook confronteerden met de realiteit: ja, wensouders willen graag een kind, dat kind kan alleen gemaakt worden met het materiaal van een donor, maar het verhaal stopt niet als het kind is geboren: het begint pas. Beiden hadden ze aandacht voor de behoeften en belangen van de verschillende actoren. En gaven echte voorbeelden van hoe gezinnen met die complexiteit trachten om te gaan. Soms samen, soms apart, zonder de fundamenten van hun familie aan te tasten. Opvallend: beiden stelden in hun onderzoek vast dat de behoefte om al dan meer of net niet te willen weten, niet afhangt van het feit of het donorkind het donorgegeven reeds vroeg of later heeft vernomen.

Maar eindigen doen we met de kers op de taart en slechte koffie. Niemand minder dan Ole Shou van Cryos International, was naar ons land afgezakt om er te spreken over de trends die zij ervaren als multinational door het wereldwijd verkopen en verhandelen van sperma. Mocht u de mens zelf nog niet hebben ontmoet, denk aan een magere Arnold Schwazenegger, versie ‘Terminator 1’.

Als inleiding vertelde hij dat hij 30 jaar geleden een ‘Sperm dream’ had. Hij gaf mee dat hij ooit van zijn ouders een microscoop had gekregen, niet anders deed dan zichzelf te masturberen, om dan zijn samples van dichterbij te kunnen bekijken en te experimenteren met invriestechnieken.

Hij vertelde over het succesverhaal van Cryos, over de verschuiving die ze opmerken waarbij steeds meer ‘klanten’ het zaad aan huis laten leveren, waarbij door een aantal gaten in de wetgeving van verschillende landen consumenten zich thuis laten insemineren met het zaad van een type donor die eigenlijk wettelijk niet toegelaten is. Hij gaf aan dat de klantentevredenheid piekte in hun hooggeschoolde klantenbestand, kinderen geen koopwaar zijn en dat elke vrouw het recht heeft om de fertiliteitarts of kliniek ‘out of the equation’ te halen. En net als je dacht dat de lat niet lager kon begraven worden, eindigde hij met 5 slides waarbij de onderkaak op het vloerkleed belandde. Eentje tonen we ervan.

Slide presentation Ole Shou, Cryos International

Na zijn presentatie mocht het publiek hem ook vragen stellen. Mijn hand kon ein-de-lijk de lucht in veren. Ik stelde me voor als donorkind, maar ook als de persoon die een tweetal jaren geleden het Belgische aandeel in het schandaal van de Cryo donor met de genetische aandoening NF1 aan het licht had gebracht. Ik gaf hem te kennen dat niet alle ouders en kinderen een ‘happy ending’ kenden. En dat als je een website beheert waar een consument naar hartenlust voorkeuren in het winkelkarretje/buggy kan plaatsen en door de swipe van een VISA-kaart ingevroren spermarietjes op de stoep aangeleverd kan krijgen, we wel degelijk over koopwaar kunnen spreken. Ik vroeg hem naar de verantwoordelijkheid die hij had ten aanzien van de kinderen die door hun aangeleverde zaad verwekt worden.

Hij zei dat zijn bedrijf geen verantwoordelijkheid had, en zijn winkel te vergelijken viel met een vrouw die tijdens een nachtje stappen met een wildvreemde de lakens zou delen. Zijn bedrijf levert een dienst: niet meer, niet minder.

Bij het huiswaarts keren bedacht ik me dat die vergelijking niet opging. Stel dat ik zou beslissen om bv. mijn been te amputeren dan kan ik beslissen om het zelf te doen. Vanaf het moment dat ik beroep doe op een organisatie, kliniek of professioneel is bij die dienstverlening een onvermijdelijke verantwoordelijkheid verbonden. Even meegeven dat volgens zijn cijfers er ondertussen naar schatting een 45.000 kinderen door de ‘Cryo-dienstverlenging’ werden verwekt.

Eindigen deden we die dag met een zekere Ann Buysse die duidelijk meer had nagedacht over haar outfit dan over het laatste woord dat ze toebedeeld had gekregen. We kregen platitudes, slecht Engels en een teenkrullende haha-opmerking over hoeveel kinderen die reeds zonder biologische vader opgroeien omdat moeder naast de pot heeft gepist. Want zeg nu zelf : “donorconceptie is toch gewoon één van de zoveelste manieren om een gezin te vormen?” Dixit quote.

Grom-groet,
Steph

 

 

Advertenties

2 gedachten over “Plaatsvervangende schaamte – Symposium UGent – Parenthood

  1. Dag Stephanie,

    Ons onderzoek was gericht op de beleving van ouders, gekende donoren en kinderen die gebruik hebben gemaakt van donorinseminatie via het UZ Gent. Je hebt gelijk dat er een nood is aan interviews met oudere kinderen, onze groep kinderen was rond de 7 jaar. Dat heeft te maken met het feit dat we enkel ouders konden rekruteren die gestart zijn vanaf 2002 (inventaris vanaf dan + de counselor die verantwoordelijk was voor de rekrutering was dan pas in dienst). Een bias in onze resultaten hebben we trachten uit te sluiten, en de kwaliteit van de tijdschriften waarin de artikels zijn gepubliceerd zouden dat moeten weerspiegelen.

    Het is belangrijk om te benadrukken dat wij als onderzoeksteam geen voorafgaande these of opinie hadden. Integendeel, Guido Pennngs is algemeen gekend voor zijn pleidooi voor een twee-sporen beleid. We zijn dus niet gericht op het per se bestendigen van het anonieme beleid.

    Bovendien verwondert het me hoe je mijn presentatie hebt opgevat. Dat ging helemaal niet om het jolijt van de koppels, het was eerder een kritiek op de huidige selectieprocedures. Lesbische koppels blijken het moeilijk te vinden om voorkeuren voor meer informatie over de donor te geven, omdat ze het gevoel hebben dat ze al blij mogen zijn een kind te krijgen.

    Ik begrijp je frustratie, maar ik vrees dat voor jou niks dan volledige open donatie aanvaardbaar is. Dan is er geen discussie mogelijk natuurlijk.

    Nog één iets: kritiek geven op resultaten en kwaliteit van onderzoek is je recht; op de man spelen en mensen belachelijk maken vind ik evenwel erg flauw. Het ondermijnt je punt.

    Vriendelijke groeten,
    An

    Like

    • Beste An,

      Allereerst dank te reageren. En uit correctheid publiceren we ook je reactie.

      Je moet ook weten dat ik met een open hart naar het Symposium trok, in de hoop er verrast te worden door een onderzoeksteam dat eindelijk een ruimere horizon overschouwden dan hetgeen we de afgelopen jaren uit die hoek hebben mogen aanhoren of lezen. Het verbaasde me vrijdag dat het gehanteerde perspectief nog steeds heel erg vernauwd is, dit in tegenstelling met de sprekers uit de andere landen. De persoon van DC network uit de UK schreef er ook een blog over. Zij is moeder van twee volwassen donorkinderen en heeft er even onbehagen gevoel aan het Symposium overgehouden.

      Het is niet uit frustratie dat ik spreek of schrijf: de verbouwerering is gewoon groot om anno 2015 nog steeds te moeten vaststellen dat Belgische onderzoekers halsstarrig oogkleppen wensen op te houden. Niet alleen door met ongegronde opiniestukken of met halve onderzoeksresultaten de krant te halen om een publieke en politieke opinie bij te sturen, maar soms gewoon om echt angst te zaaien bij ouders. Meermaals heb ik hoofschuddend mijn krant moeten neerleggen, uit ongeloof dat wetenschappers/professoren die een plicht te hebben mensen correct te informeren dit gewoonweg verzaken of bepaalde stellingen uit hun duim staan te zuigen.

      En als boegbeeld, kapitein en spreekbuis de heer Pennings. Een man die in 2014 in München werd uitgejouwd toen hij op ESHRE voor een internationaal publiek prehistorische uitspraken deed zoals: een kind heeft geen recht op afkomst, ouders wensen geen kat in een zak te kopen, wensouders die geen beroep doen op centra zijn regelrechte consumenten, … en ons in 2015 schokkeerde met: kinderen die hun afkomst willen kennen zijn genetische fundamentalisten. Dus vergeef me mijn kritische houding waarvan het verleden al bewees dat deze terecht was.

      Hoe hoog is die ivoren toren en wanneer kom je eens naar beneden om te praten met donorkinderen van alle leeftijden, ouders, wensouders en donoren? Hoe kan je uitspraken maken en denken de waarheid in pacht te hebben als je weigert in te zien hoe complex en welke verschillende actoren een rol spelen in het verhaal? En hoe blind blijf je voor de impact welke donorconceptie teweeg kan brengen op eenieder van het gezin? Soms denk ik dat jullie vergeten dat het hier gaat over mensen, levens, gezinnen, kinderen, grootouders, siblings, … een verhaal dat niet stopt wanneer een donor kan gekozen worden of een kind geboren is.

      Je ijvert voor keuzes voor wensouders en donoren, maar niet die van de kinderen: de mensen die letterlijk de meeste gevolgen zullen kennen van het gegeven dat ze werden verwekt met het materiaal van een iemand die hen niet zal grootbrengen. Waarom zouden donorkinderen niet over dezelfde rechten/belangen mogen beschikken als de kinderen die met het genetisch materiaal van hun beide ouders worden verwekt? Zijn donorkinderen dan minderwaardig ten aanzien van eigen biologische kinderen?

      De sleutel naar een correcter beleid is er eentje die deze belangen van meet af aan includeert waarbij je zal vaststellen dat deze niet haaks staan op de belangen van wensouders of donoren (integendeel) doordat het net inzet op een lange termijnvisie die het gezin en de onderlinge familierelaties ten goede zal komen. Maar laten we alsjeblief de belangen van de kinderen niet meer bagatelliseren of ridiculiseren (cfr. wink-wink-nudge-nudge opmerking van Ann Buysse).

      Ja, tuurlijk ben ik kritisch: niet alleen ervaar ik (en mijn kinderen), mijn broer en zus de gevolgen van een onbekende afkomst, ik heb ondertussen met zoveel soortgenoten, als ouders, wensouders, donoren, professoren, professionele hulpverleners, juristen, ethici, politici, organisaties… geschreven en gesproken om weten waarom en waarvoor ik (we) opkomen.

      Het is geen discussie die gevoerd moet worden: het hoort een dialoog te zijn. En als je de zogezegde ‘discussie’ herleidt tot het al dan niet openstaan voor een tweesporenbeleid, dan ben je inderdaad heel veraf het gehele plaatje. En dat is ontzettend jammer. Want voor het zelfde geld had je een onderzoek of onderzoekresultaten dat kon bijdragen in het uitwerken van een beleid dat gezinnen en individuen echt kan helpen.

      Altijd (nog steeds eigenlijk) bereid tot een constructieve dialoog.

      Groet,
      Steph

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s