Op consulatie of manipulatie bij een Belgisch fertiliteitscentrum?

“Of we het contract/bestelformuliertje  meteen wouden tekenen?” Haar vraag overviel me. Het was nog maar het intakegesprek en meteen werd er een document onder onze neus geschoven. Voorzichtig trachtte ik het gesprek terug op het juiste spoor te brengen. We hadden een afspraak met het centrum gemaakt in de hoop meer informatie te kunnen krijgen over beschikbare opties. Maar we zaten ook met vragen, heel wat vragen.

Al een tijdje balanceren mijn vrouw en ik tussen het verlangen naar een kind versus een tweestrijd dat de invulling van ons persoonlijk verlangen niet ten koste van de belangen of het welzijn van het kind kan gaan. We zijn namelijk twee vrouwen. Eicellen en baarmoeders genoeg, enkel aan zaadcellen een tekort.

Toen de assistent van de arts doorhad dat er iets kritischere klanten voor haar zaten, liet ze het verdere gesprek over aan de fertiliteitsarts.  Ook hier ging men meteen van start met de geroutineerde pitch: de bestelling van (anoniem) zaad kon meteen mits onmiddellijke ondertekening van het contract. “Bestel het nu en dan ben je waarschijnlijk al tegen de herfst zwanger.” De symbolische wortel werd voor de kar gehangen.  “Maar mijn vriendin en ik willen niet snel snel beslissen. We hebben nog een aantal belangrijke vragen.  Zo vinden we bijvoorbeeld dat we als toekomstige ouders het niet kunnen maken dat ons kind diens eigen afkomst niet mag of kan kennen. Dat is ons recht niet. Wie zijn wij om hem of haar te weerhouden van een fundamenteel gegeven over zichzelf?”

We vroegen hen of er nog andere opties mogelijk waren: opties waarbij tegemoet kon gekomen worden aan de rechten van het kind. De optie van open profiel donoren werd onder tafel aangeboden. Bij deze donoren kan het kind op latere leeftijd via een tusseninstantie meer over diens biologische ouder achterhalen, zelfs contact is mogelijk. Meteen werd bij gezegd dat dit type zaad aanzienlijk duurder was dan het anonieme goedje.

Omdat het voor ons nog steeds ontoereikend aanvoelde, polsten we naar de mogelijkheid om met een gekende donor te werken. Gekend is dat je zelf een persoon aanbrengt, een vriend of kennis, iemand die bereid is om zijn zaad te geven.

Er werd ons gezegd dat deze optie ons het minste garanties zou opleveren. Niet alleen zou het maanden duren alvorens er met de effectieve behandeling van start kan gegaan worden, daar dit pas kan als de donor op verschillende vlakken is goedgekeurd. Indien zijn zaad niet kwalitatief genoeg zou zijn, zouden we verplicht worden een nieuwe procedure te moeten opstarten. Geen shortcuts, gewoon helemaal terug van start te beginnen.

Het centrum had nog een laatste halte voor ons in petto: een bezoekje aan de psycholoog. Zij ging het met ons hebben over hoe en op welke leeftijd we met het kind over zijn bijzondere ontstaansgeschiedenis horen te praten. Daarvoor had ze een didactisch kinderboekje mee. Het verhaaltje begon met ‘er was eens een lieve meneer’ … mijn vriendin en ik zakte door de grond. Is dit het verhaal of sprookje dat we wensen op te hangen om het gegeven donorconceptie aan de man (kind) te brengen? Hier heeft het kind toch niets aan? Integendeel. Het tracht een valse dankbaarheid te indoctrineren en beoogt een onmiddellijke afstand te creëren tussen kind en diens biologische verwante. Afkomst is duidelijk ondergeschikt, zolang het kind maar voldoende liefde krijgt, niet?

decision.jpg

Het contract werd ons nog een laatste keer voorgelegd. We lieten het ongetekend achter. Verdwaasd en verbaasd door de informatie die ons was ingelepeld, keerden we terug naar de plek van waar we kwamen. En ookal werden er die dag een aantal vragen beantwoord, het is vooral de geoliede indruk die het fertiliteitscentrum op ons achterliet die me het langst is bijgebleven.

Is het omdat we kritisch in het leven staan, we niet blind toehappen op hetgeen wordt voorgeschoteld? Hoe meer we er over nadenken, hoe meer we tot de vaststelling komen dat we misschien eerder horen te aanvaarden dat iets biologisch niet mogelijk is, dan tevergeefs de halve belichaming van verlangen na te jagen waarvan je weet dat hij of zij de grootste prijs zal betalen.

(Dit fragment werd geschreven naar aanleiding van een ingestuurde getuigenis van een wensouder)

Groet,
Steph

www.donorkinderen.com
www.facebook.com/donorkinderenbelgie

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s