Weerwoord op opiniestuk Marcel Zuijderland in het NTOG

Beste heer Zuijderland,

Ik kom vandaag bij u terecht naar aanleiding van het stuk dat u schreef in het Nederlands Tijdschrift voor Obstetrie en Gynaecologie. In het stuk hebt u het ook over mij. Ik ben namelijk dat Vlaamse donorkind. U trekt in het stuk een aantal conclusies over mezelf en eventuele beweegreden als verklaring voor bepaalde uitspraken in de media. Graag had ik hier toch even op gereageerd.

Het klopt dat ik me inderdaad ontworteld voel. Ik heb namelijk nooit kunnen aarden in het stukje grond dat me werd aangeboden. Dit omdat het me niet eigen was daar ik verwekt werd door het zaad van een man die ik nooit heb gekend noch me grootbracht heeft. Men kan misschien van oordeel zijn dat die man enkel wat zaad afstond. Door bepaalde artsen wordt dit zelfs als wat lichaamsvocht omschreven. Wel dat stukje lichaamsvocht heeft alvast iemand een onbekende flinke biologische dochter opgeleverd.

Op mijn 25ste kwam ik pas te weten dat ik van vreemde origine ben. Had ik het vroeger willen weten? Ongetwijfeld, maar ook hier beslisten anderen voor mij wat ik wel of niet mocht weten. Had het verschil gemaakt in hoe ik nu tav donorconceptie of draagmoederschap kijken? Dat weet ik eigenlijk niet. Ik denk eerder van niet dan van wel. En dit misschien wel waarom:

Wat startte met het voor eerst in België mogelijk te maken dat donorkinderen met elkaar in contact konden treden (want er was helemaal niets voor donorkinderen in 2012) deed me andere donorkinderen leren kennen. Al snel stelde ik vast dat ongeacht leeftijd, gezinsconstructie, het altijd al geweten hebben of er pas later achter gekomen, … we bijna allemaal met aantal gemeenschappelijke fundamentele vragen, psychologische issues als met een soort verdriet zitten. Ja, ook die donorkinderen die niet door hun opvoedouder werden afgewezen en in een warm en liefdevol gezin opgroeiden.

In de rugzak die ik op het pad der dialoog en bewustwording meezeul zit niet langer meer enkel mijn verhaal maar ook dat van anderen. Velen van hen hangen nog steeds vast aan loyaliteitsbanden. Systematisch hebben we onzelf aangeleerd om intuïtie of eigen behoeften te onderschikken ten faveure van de ander. Zo zit er een jongeman in onze groep wiens ouders hem verbood zijn zussen in te lichten. Of wat met het verhaal van het meisje dat zichzelf is beginnen snijden omdat ze niet naar haar spiegelbeeld kijken kan, omdat ze haar spiegelbeeld niet plaatsen kan. Wat met de broer en zus die erachter kwamen dat ze slechts half verwant zijn? Ik heb het nu niet over mezelf, maar over de andere broers en zussen die ondanks garantie van de arts van het gebruik van het zaad van dezelfde donor ontdekken dat hij loog? Of de opvoedvader die zelfmoord pleegde omdat hij zijn kinderen nooit als eigen kon beschouwen? Het is slechts een graai uit de levensverhalen van mensen die ik de afgelopen jaren heb ontmoet.

Maar ook de verhalen van ouders en donoren komen bij me terecht. Van moeders die zodanig met schuldgevoelens zitten omdat ze de leugen in stand moeten houden van hun partner, van vaders die de kinderen eigenlijk meer verwensten dan wensten. Zo is er een meisje met een moedervlek in haar aangezicht. Haar (opvoed)vader zei haar ooit: ‘dan betaal je zoveel geld voor een kind en dan krijg je er eentje dat misvormd is’. Ik moet u niet vertellen dat hij haar geen groter litteken op haar ziel achterlaten kon.

Ik vind u persoonlijk nogal met een simpele blik naar de prakijken kijkt. Gewone gezinnen zijn al complex an sich, laat staan dat je er een onbekende factor als een massaproductie lijn van halfbroers en -zussen tegen aangooit.

Ik las dat u refereert naar een studie welke ouders, industrie en derden een comfortdekentje biedt ter geruststelling dat het welzijn van kinderen niet aangetast wordt. Integendeel het zou er op vooruit gaan. Indien dat echt het geval is, moeten we dan misschien niet overwegen om een soort van nationale baby-roulette in voege te laten treden en enkel behandelingen met donormateriaal uit te voeren? Of houden we toch liever vast aan een biologische connectie met onze kinderen? Omgekeerd mag het voor het kind die biologische band dan weer niet van tel zijn (2 maten, 2 gewichten).

Daarnaast zijn er wel al verschillende onderzoeken die net iets heel anders aantonen: dat zulke constructies wel degelijk nefast zijn. Zelf zou ik dan ook graaghet aantal onafhankelijke onderzoeken zien stijgen, zodat men deze materie op basis van kennis en niet langer vanuit verlangens benaderen zal.

Maar helaas, die onderzoeken worden niet opgestart noch afgewacht, want daar staan de volgende doelgroepen voor de poorten van de binnenlandse industrie om hun zelfverklaard recht op een kersverse perfecte baby te verzilveren. Met dezelfde ‘ik wil, het kan, dus het moet’ gaan ze hun voorgangers achterna zodat ze aan dezelfde voordelige tarieven en toelatende overheid buitenlandse reizen kunnen vermijden. En naast de uitbesteding van zwangerschappen door draagmoeders, ook graag wat meer eicellen want er is een tekort. Dat in de identiteit en stambomen van kinderen wordt gesnoeid en zoveel broers als zussen doelbewust gescheiden worden, daar kraait geen haan naar. Want kinderen moeten nu eenmaal dankbaar zijn dat ze bestaan, niet? Ook die die uit gefaciliteerd distributiesysteem tegen betaling uitrolden.

Anderen benoemen de verruiming in catalogus der kinderwensinvulling als progressief. Ze zien het zelfs als een vooruitgang maar vergeten echter dat elke verandering gebouwd op het achteruitstellen en fundamenteel beschadigen van kinderen, net het tegenovergestelde inleiden zal.

Groet, 
Steph

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s