Draagmoederschap is nooit in het belang van het kind

Opiniestuk in DS verschenen op 19 november 2021

Het is niet de taak van de overheid om zo veel mogelijk kinderwensen in te willigen. Zeker niet als dat ten koste van kinderen gaat, schrijft Steph Raeymaekers.

Begin november arriveerde het circus van de Amerikaanse organisatie Men having babies in Brussel. Een salesteam van (inter)nationale surrogacy-providers stelde een waaier aan opties voor aan wensouders.

Belgische politici reageerden ontzet, maar alleen Lorin Parys, de ondervoorzitter van de N-VA, diende een officiële klacht in. Anderen gebruikten het event om een wetsvoorstel te lanceren om de cata­logus van de Belgische fertiliteits­industrie uit te breiden. Want die ziet al jaren met lede ogen aan hoe wensouders eerder voor buitenlandse initiatieven kiezen dan voor lokale. Als het aan de industrie ligt, heeft ‘Ik koop Belgisch’ er binnenkort een nieuw streekproduct bij.

250 hoopvolle en kapitaalkrachtige kandidaten uit twaalf Europese landen zakten naar de beurs af om ingelijfd te worden in wat de sprekers herhaaldelijk de surrogacy-journey noemden. Het hele weekend werden ze platgeslagen met de keuzemogelijkheden voor verschillende eiceldonor- en draagmoederagentschappen, advocatenkantoren, fertiliteitsklinieken en verzekeringmaatschappijen. Nieuw was de sibling discount voor wie twee draagmoeders tegelijk zwanger laat worden. Van een commerciële geste gesproken.

Geld voor een borstvergroting
De infosessie over eiceldonoren leerde dat de belangrijkste selectiecriteria de aantrekkelijkheid en lengte van de donor zijn. Zo tel je voor de eicellen van een model 50.000 dollar neer. Voor eicellen van girls next door betaal je ‘maar’ 8.000. Het absolute dieptepunt was toen een provider toegaf dat de meeste eiceldonoren het voornamelijk voor het geld doen: om hun studies af te betalen, maar ook om te reizen of voor een borstvergroting.

Het is verboden om het leven van zwangere vrouwen in gevaar te brengen en hen te dwingen tot een abortus over te gaan: dat is een inbreuk op hun rechten. Toch biedt de organisatie wensouders de mogelijkheid om die rechten te schenden, tegen betaling. Op haar site staat een tabel met opties zoals ‘selectieve reductie’ en ‘beëindiging’ van embryo’s. Daar kunnen ouders voor kiezen als de draagmoeder van meer dan het gewenste aantal kinderen zwanger is, of als het kind te grote ‘afwijkingen’ vertoont.

Met enige trots toonde de organisator de Powerpoint die hij gebruikt om beleidsmakers ervan te overtuigen dat je commercieel – of zoals hij het noemt: ‘gecompenseerd’ – draagmoederschap niet als kinderhandel of uitbuiting van vrouwen kunt beschouwen. Volgens hem is het alleen een middel om het recht op gezins­leven en voortplanting te kunnen uitoefenen. Wie dat verbiedt, schaadt zoge­zegd de individuele rechten van wensouders, en dus de rechten van een hele groep. Zijn de argumenten die Els Van Hoof en Joachim Coens van CD&V hanteren om hun wetsvoorstel te onderbouwen niet vergelijkbaar (DS 18 november)? Net zoals de Amerikaanse organisatie beweren ze de belangen van kinderen voorop te stellen. Maar ze zijn evengoed bereid kinderen te reduceren tot handelswaar om iemands kinderwens te vervullen. Draagmoederschap is en zal nooit in het belang van het kind zijn.

Dat de tegemoetkoming aan de rechten van wensouders ten koste van mensenrechten van kinderen en vrouwen gaat, laten zowel de organisator als de CD&V-politici makkelijkheidshalve achterwege. Kinderen hebben het recht om hun (hele) biologische familie te kennen en er bij op te groeien, tenzij het niet anders kan. Dat laatste impliceert een noodzaak, geen voorbedachte intentie.

Draagmoeder als superheld
De industrie geeft draagmoeders een heldenstatus, net zoals ze eerder deed met eicel- en spermadonoren, althans om ze te rekruteren. Deze specifieke heldin verlangt, als we de organisatoren mogen geloven, alleen naar een band met de wensouders. Bij voorkeur wordt het kind niet met haar eicel­len verwekt, zodat ze de ‘dracht’ eerder als een over-dracht beleeft. Wel wil ze jaarlijks wat foto’s en een kerstkaart ontvangen.

Zowel de industrie, de wensouders als de CD&V-politici vinden dat het kind met ten minste een van de ouders een biologische band moet hebben, zogezegd vanuit het belang van het kind. Maar wie dieper graaft, stelt al snel vast dat dat in de eerste plaats in het belang van de wensouders is. Zo is een juridische band tussen ouder en kind nu eenmaal makkelijker afdwingbaar als er een afstammingsband is.

Laten we een kat een kat noemen: de meeste volwassenen verkiezen een ‘eigen baby’, zeker nu de opties blijven toenemen en velen de menukaart voor tweedehandskinderen te klein en te complex beginnen te vinden.

Aan de Belgische politici die beweren dat de wettelijke omkadering voor draagmoederschap noodzakelijk is, vraag ik over deze zaken na te denken: hoe is het wettelijke kader voor donorconceptie voor donorkinderen uit­gedraaid? En dat voor adoptie? Die praktijken moeten eerst grondig worden geëvalueerd, voor de volgende uitbreiding in de catalogus überhaupt overwogen kan worden.

De taak van een overheid is niet om zo veel mogelijk kinderwensen in te willigen. Zeker niet als dat ten koste van kinderen gaat. Haar taak is om hun rechten, belangen en welzijn te beschermen.

Het valt op dat alleen de fertiliteitsindustrie en lobbygroepen voor wensouders gehoord worden wanneer er wetsvoorstellen worden opgesteld over de verwekking van donorkinderen. Wordt het niet tijd dat wij mee aan tafel zitten? We zijn ondertussen oud genoeg.

Groet,
Steph

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s